top of page

Dancing with the Waterwolf

  • Foto van schrijver: TOPOS
    TOPOS
  • 6 jan
  • 5 minuten om te lezen

Afstudeerwerk door Rachelle Pruim 

Landschapsontwerper

Afbeelding 1: Dancing with the Waterwolf, een verbeelding van een nieuw waterverhaal voor Nederland. (Bron: Rachelle Pruim, 2025)


Al eeuwenlang wordt de Nederlandse delta gevormd door een complex waterbeheersysteem dat ervoor heeft gezorgd dat wij veilig onder zeeniveau kunnen wonen. Met gemak pompen we water weg, bouwen we dijken, dammen en sluizen. Ook de rivier moest eraan geloven: we hebben haar weten te beteugelen en vast te leggen met dijken en kribben. Ja, hier in Nederland wonen we met elkaar in een heuse watermachine. Maar door klimaatverandering komt de effectiviteit van deze watermachine onder druk te staan; het systeem begint te piepen en te kraken. Toenemend overstromingsrisico en langdurige droogte dagen de traditionele, technisch georiënteerde aanpak uit. Het falen van onze watermachine wordt ook zichtbaar langs mijn geliefde rivier de IJssel. De laatste jaren zien we bij Zutphen en Deventer steeds vaker ondergelopen kades, wegen en uiterwaarden. De hoogwatergolf rolt met kracht door de IJssel, en zij, de rivier, lijkt zich dan haast hongerig door het landschap te bewegen.


Misschien kun je een plek pas reclaimen als ze je ooit is ontnomen. Als je het daarover met mij eens bent, heb je waarschijnlijk ook het idee dat de rivier, soms langzaam, soms heel snel, haar ruimte reclaimt in het landschap. Wat mij betreft niet per se een slechte ontwikkeling; het is ook een kans voor ons als Nederlandse ontwerpers om een poging te doen ons waterparadigma te herschrijven, op zoek te gaan naar een nieuw Nederlands waterverhaal; een dat niet vecht tegen de Waterwolf, maar met de Waterwolf leert dansen. 


Voor mijn scriptie, getiteld Dancing with the Waterwolf, ontwikkelde ik een conceptueel kader met een filosofische, fenomenologische benadering, waarin water niet langer wordt beschouwd als een bedreiging die onder controle moet worden gebracht, maar juist als een dynamische, levende entiteit: een groot, levend iets waarmee we kunnen, of misschien wel moeten leren samenleven. De vraag: “How can we live in a wet, fragile delta?” werd een leidraad door de hele scriptie heen. Het filosofische kader vindt zijn fundament in het idee van wetness en in het concept van het hyperobject. Laten we kort beide concepten bekijken.


Wetness is een concept geïntroduceerd door Dilip da Cunha en Anuradha Mathur. Om een beter beeld te krijgen van Wetness, kunnen we eens kijken naar de planeet Jupiter. Wanneer we Jupiter van een afstand bekijken, lijkt het een planeet met een vast oppervlak. Maar wanneer we dichterbij komen, ontdekken we dat Jupiter uit gassen bestaat. Hetzelfde geldt voor water op aarde. Van een afstand kan water op aarde worden gezien als begrensd en iets dat bestaat naast het land, maar wanneer we beter kijken en inzoomen, ontdekken we dat het eigenlijk moeilijk is om duidelijke lijnen te trekken tussen land en water. Door ontwerp hebben we de illusie gecreëerd van een duidelijke scheiding tussen land en water. Het concept van wetness nodigt ons uit om ons bewust te worden dat we niet leven in een wereld met een scheiding tussen land en water; in plaats daarvan leven we in een oceaan van wetness, gekenmerkt door constante regen, hagel, verdamping en wolkenvorming (da Cunha, 2024).


Afbeelding 2:  Links een verbeelding van ‘an ocean of wetness’ waarin wij wonen. Rechts een wereld met een duidelijke scheiding tussen land en water. Door ontwerp hebben we de illusie gecreëerd van een duidelijke scheiding tussen land en water. (Bron: da Cunha, 2024)


Laten we nu kijken naar het hyperobject en waarom wetness een goed voorbeeld kan zijn van een hyperobject. De term hyperobject is geïntroduceerd door Timothy Morton, die het gebruikt om dingen te beschrijven die zo complex, onderling verbonden, groot en ingewikkeld zijn dat het moeilijk is om ze volledig te begrijpen (Morton, 2013). Denk aan de opwarming van de aarde of radioactief afval—dingen die echt bestaan en overal om ons heen zijn, maar die we niet volledig kunnen bevatten. Morton introduceert het concept hyperobject via vijf kernkenmerken, en deze helpen ons te begrijpen waarom iets als wetness past binnen het idee van een hyperobject. Zoals alle hyperobjects is wetness viscous (plakkerig); het is overal en in alles, van de bodem onder onze voeten tot de lichamen die we bewonen. Wetness is nonlocal, nooit beperkt tot een specifieke plaats, maar herschikt zich voortdurend tussen verschillende locaties. Het is time-stretched, gaande van de oeroude wateren tot de voortdurende cycli van natheid die onze wereld vandaag de dag vormgeven. Wetness verschijnt en verdwijnt in onze waarneming; het piept door en wordt zichtbaar voor ons in rivieren, sneeuw of wolken. Ten slotte wordt wetness waargenomen via de relaties met andere entiteiten. We ervaren wetness, omdat er bijvoorbeeld regen is die aan de bladeren van de boom blijft hangen. 


Met een ontwerpgerichte verkenning, gebaseerd op het begrip wetness en het idee van het hyperobject, resulteert het onderzoek in een serie principes voor het verbeelden van toekomsten, waarin we niet vechten tegen de Waterwolf, maar leren met haar te dansen — relationeel, speculatief en afgestemd op de veranderende, levende aard van het water zelf.

In essentie probeert de scriptie vorm te geven aan, en te verbeelden wat het voor het woonlandschap zou betekenen wanneer de IJssel daadwerkelijk haar ruimte terugclaimt, of deze misschien wel van ons terugkrijgt. Wonen we in de toekomstige IJsselvallei op palen? Kunnen woningen over 50 jaar drijven? Hoe verandert onze relatie met het water, staan we straks te juichen als het regent? Heeft straks iedereen een eigen boot?


Afbeelding 3: Verbeeldingen van het nieuwe waterverhaal. Relationeel, speculatief en afgestemd op de veranderende, levende aard van het water zelf. (Bron: Rachelle Pruim, 2025)


Terug naar de vraag: How can we live in a wet, fragile delta? Het antwoord, ontdekte ik, ligt niet in het verder versterken of uitbreiden van onze watermachine, noch in het blijven beteugelen van water wat zich in werkelijkheid tegen beteugeling verzet, maar in het volledig herdenken van onze relatie met water. En voor ontwerpers kan dat beginnen bij het waarderen van water als een volwaardige stakeholder aan de teken- of gesprekstafel. Het is tijd om ons nieuwe waterverhaal concreter vorm te geven. Zo’n radicale verschuiving is essentieel want zonder die verandering zouden we ons—over honderd jaar—zoals Barry Lopez (2023) schrijft, wel eens kunnen afvragen waar de boten zijn die we vergaten te bouwen.


Afbeelding 4: Inhabiting an ocean of wetness. Tegen 2075 is het landschap natter en warmer geworden. Nieuwe soorten vinden er een thuis en mensen passen zich aan met nieuwe manieren om in het natte landschap te leven. (Bron: Rachelle Pruim, 2025)


Afbeelding 5: Inhabiting an ocean of wetness. Tegen 2100 is het IJsselmeergebied veranderd in een zeer dynamische, waterrijke delta, gevormd door klimaatadaptatie en vooruitstrevend waterbeleid. (Bron: Rachelle Pruim, 2025)



Referenties

Da Cunha, D. (2024, 28). Decolonizing wetness: it is where design begins [Video]. YouTube.

Morton, T. (2013). Hyperobjects Philosophy and Ecology after the End of the World [Boek]. University of Minnesota

Lopez, B. (2023) Embrace Fearlessly the Burning World. Random House Trade Paperbacks.

Opmerkingen


bottom of page