top of page

De onnatuurlijke natuurlijkheid: de paradox van het gecultiveerde landschap


Article by Wim Bosschaart.


Landschap, natuur, wildernis: het zijn zonder meer concepten waar we menselijke waarde aan toekennen. ”De dingen zijn niet in zichzelf goed of slecht of waardevol, ze worden dat in het gebruik dat de mens ervan maakt”, aldus filosoof René Gude. Landschappen lijken zo natuurlijk, maar zijn vaak object van onze onderdrukte verlangens en behoeften. Zonder dat we het door hebben, is onze natuur juist symbool voor onze menselijke capaciteiten: we gaan op zoek naar het romantische ideaalbeeld van natuur, maar eigenlijk bewandelen we een representatie van onszelf.

De 20ste-eeuwse fotograaf Ansel Adams, bekend van zijn bijzondere zwart-wit composities over ultieme natuur, kan worden gezien als invloedrijk in ons denken over natuur en de mens. Adams verhief het tot kunst om de wildheid, het onvoorspelbare en het machtige van de natuur vast te leggen. Neem de foto The Tetons and The Snake River (1942) uit National Parks. De scherp afgetekende rotsen, de onvoorspelbaar meanderende rivier en de zware lucht die maar ten dele het licht doorlaat, en het tafereel met een donkere mantel overschaduwd. Wat ontbreekt op Adams’ representaties, is de mens. ”Het begrip wildernis staat in algemene zin voor een toestand die niet of minimaal beïnvloed is door menselijke activiteit,” aldus Frits van Beusekom in Woorden over Wildernis (2014:118). In het ideaalbeeld van de natuur doet de mens dus niet mee. Interessant, want het is wel de mens die deze foto maakt, en het is de mens die waarde hecht aan dit beeld van de natuur. De natuur zelf gaat immers zijn eigen gang, wars van de romantische menselijke ideeën over het wilde, ongerepte, het machtige. Dit staat bekend als de Wildernisparadox: het concept wildernis omvat een dualistische visie waarin de mens volledig buitende natuur staat, en waarbij strikt genomen natuur de plaats is waar geen mensen zijn (Cronon, 1995).


Ansel Adams in National Parks: The Tetons and The Snake River (1942)


Het was dit beeld van Ansel Adams dat anderen inspireerde zich te verdiepen in het sublieme van de natuur. De menselijke samenleving zou bedacht zijn, nep, een geconstrueerde werkelijkheid gebaseerd op individualisme en materialisme, die de mensen gegeseld houdt in de dagelijkse gang van zaken. Het is deze gedachtegang, die de mystiek en het heroïsme van de wilde natuur alleen maar versterkt, en die maakt dat de natuur (schijnbaar) fungeert als een tegengif voor onze moderne samenleving. ”The antidote to the ills of an overly refined and civilized modern world was a return to simpler, more primitive living”, aldus William Cronon. Hierdoor verandert de notie van natuur, en wordt sterkt zichtbaar dat natuur meer is dan de fysieke verschijningsvorm: natuur zit vol met menselijke waarden en associaties.

Een bekende vertolker hiervan is Chris McCandless, de hoofdpersoon van het verfilmde boek Into the Wild. Het boek onderzoekt de menselijke verhoudingen ten opzichte van de natuur aan de hand van de omzwervingen van McCandless. Geïnspireerd door filosofen als Tolstoj en Thoreau, en de heroïsche ontberingen van Jack London in The Call of Nature (1903), verbreekt de net afgestudeerde McCandless alle verbindingen met de bewoonde wereld en vertrekt, alleen, op weg naar de natuur. Wat trekt ons aan in de natuur, wat zien we in de natuur, en waar gaat die onherroepelijke aantrekkingskracht vanuit? De opwinding, de ongebondenheid, het gevoel van één zijn met de natuur, het avontuur, de pure schoonheid, ofwel het sublieme van al wat de natuur ons biedt? Schrijnend wordt zichtbaar wat de rolverdeling is tussen de mens en natuur, in McCandless’ poging de onverkende natuur van Alaska op te zoeken. De natuur bleek meedogenloos, en de mens slechts een eenzame en afhankelijke passant. Niettemin geven zijn gedocumenteerde omzwervingen een goed beeld van dat menselijk aspect dat de natuur lijkt te kenmerken.


Chris McCandless voor zijn Magic Bus, Alaska (1992). Bron: Into the Wild.


Wat opvallend is aan de gedachtegang van zowel Adams als McCandless, is dat ze menselijke waarden op de natuur projecteren, maar zonder daadwerkelijk de natuur aan te passen. Je zou kunnen spreken van een eerste orde ”cultivering” via associaties, normen en waarden. Deze cultivering is onvermijdelijk, en kenmerkend voor de menselijke capaciteiten, en daarmee zeker ook niet negatief. Maar de wildernis staat sinds begin 20ste eeuw in toenemende mate onder druk, gedreven door de expansiedrift van de mens, aldus Adams. ”The wilderness is pushed back, man is everywhere. Solitude, so vital to the individual man, is almost nowhere.” Dit artikel betoogt over de tweede orde ”cultivering”, waarin de natuur wordt aangepast aan onze menselijke associaties, normen en waarden, en daarmee de vertroebelde relatie tussen mens en natuur.

Clemens Driessen, cultureel geograaf en filosoof aan de WUR, betoogt in het verlengde hiervan dat elk landschap is gecultiveerd. Dit heeft te maken met onze toegenomen welvaart, die resulteerde in toegenomen toeristische- en recreatieve bewegingen van de mens. Elk landschap dat van nature wild en ontoegankelijk was, werd ”gekoloniseerd”, begaanbaar gemaakt voor de menselijk maat. Dit leidt volgens Driessen tot de notie dat de term ”nationale parken” hoogst discutabel is. Neem de nationaal park De Hoge-Veluwe; een ultieme poging het ongrijpbare van de natuur te vatten op de menselijke maat. Denk aan de infrastructuur van toegangswegen, fietspaden, parkeerplaatsen, bewegwijzering, informatieborden, restaurants en ga zo maar door. Letterlijk elk pad is voorgebaand en gekanaliseerd door middel van hekken, in wat gekscherend het ANWB-landschap wordt genoemd. Er worden zelfs cursussen georganiseerd op elektrische steppen en Segways (zie afbeelding). In hoeverre staat dit nog in verband met de noties van de natuur als wild, ongerept, machtig, als tegengif voor de alledaagsheid en als ultiem symbool van vrijheid?

Een voorbeeld hiervan is te vinden in het boek De Ontsproten Picasso (2008), waarin Bianca Stigter betoogt over het ”gesigneerde landschap” van Constable Country, Verenigd Koninkrijk. In Constable Country, vernoemd naar de Engelse schilder John Constable (1776-1837), is het pittoreske Engeland bewaard gebleven. Zo is The Haywain (1821) is verworden tot een algemeen beeld van het leven op het land, waar alles goed was en iedereen zijn plaats kende. Er hangt een soort nostalgie over deze schilderijen, gepaard met opvattingen over hoe het landschap zou moeten zijn. Een sterke nostalgie, zo blijkt. Aan de hand van een van de laatste schetsen van Constable, een gezicht op de kerk van Stoke-by-Nayland, wordt het landschap van Constable Country nu geconserveerd, en sterker nog, ”hersteld”. De populieren worden omgehakt om het uitzicht op de kerk te herstellen en de beek en vijver linksonder op de schets worden opnieuw aangelegd. ”De kunst imiteert het leven niet meer, zoals de gebruikelijke verhouding is, maar het leven imiteert hier de kunst”, aldus Stigter. Via restricties en gerichte ingrepen wordt het landschap behouden door National Trust. Zo mag er geen terras worden gebouwd langs het water. ”Dan zouden de mensen in het schilderij zitten, en dus de illusie verstoren”, aldus een medewerker. En dat is precies wat het landschap Constable Country is: een menselijke illusie. Het landschap lijkt schilderachtig en natuurlijk, maar verhult eigenlijk de onnatuurlijkheid in een illusie die ons anders doet geloven. ”Het landschap van Constable Country ís verworden tot een kunstwerk,” aldus Stigter.


Afbeelding 4: Laatste grote werk, schets in olieverf, een gezicht op de kerk in Stoke-by-Nayland in 1837.


We kunnen ons daarom dan ook afvragen in hoeverre begrippen als ”natuur” en ”wildernis” nog kunnen worden beschouwd als non-antropogene concepten. William Cronon beargumenteert in zijn The Trouble with Wilderness (1995) dat de natuur juist een cultuurlandschap is, omdat het onze onderdrukte verlangens en behoeften reflecteert. We hebben de natuur gecultiveerd, en naar onze gemakken ingericht: natuur is niet meer wat het is, maar wat wij wíllen dat het is. De natuurlijkheid die de fysieke verschijning doet de onnatuurlijkheid verbloemen. ”Wilderness offers us the illusion that we can escape the care and troubles of the world in which our past has ensnared us. […] But the trouble with wilderness is that it quietly expresses and reproduces the very values its devotees seek to reject.” Zonder dat we het door hebben, is ”onze” natuur juist symbool voor onze menselijke capaciteiten; we gaan op zoek naar het romantische ideaalbeeld van natuur, maar eigenlijk bewandelen we een representatie van onszelf.


december 4, 2015

0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Comments


bottom of page