top of page

Column – Reflective practitioner?


Column by Marit Noest.


Studenten hebben vragen, maar wie geeft ze de antwoorden? Dit stuk schrijf ik om een licht te werpen op de onzekerheden die landschapsarchitectuur studenten niet vaak genoeg (durven te) delen. Iedereen die zich er mee verwant voelt of juist niet, iedereen die denkt een steentje bij te kunnen dragen aan verandering of juist niet, studenten en docenten, zijn bij deze welkom voor discussie.


Van de week zag ik een aankondiging voor een symposium over reflectie op de opleidingen tot landschapsarchitect. Als bijna afgestudeerde in één van die opleidingen, heb ik inmiddels genoeg ervaring verzameld om hier ook zelf op te kunnen reflecteren. Ik dacht vooral aan die typische onzekerheden waar je tijdens je studie tegenaan loopt. Over de toekomst, en over de studie die al grotendeels achter je ligt; is de crisis weer voorbij voordat ik afgestudeerd ben? Ben ik wel goed genoeg om de competitie voor die paar banen te overleven? Was mijn studie eigenlijk wel wetenschappelijk en wat heb ik hier nou echt geleerd? Kan ik eigenlijk wel ontwerpen en hoe weet ik dat? Dit en nog meer twijfels heb ik en, volgens mij, vele landschapsarchitectuur studenten met mij. Hoe hier mee om te gaan tijdens de studietijd, voegt nog een belangrijke vraag toe aan het rijtje.


Net als in lager en middelbaar onderwijs, hebben ook docenten op een universiteit een belangrijke rol in het vormen van studenten. In vergelijking met scholieren zijn studenten natuurlijk volwassener, zelfstandiger en ze zouden meer verantwoordelijkheid aan moeten kunnen. Toch moet de invloed die docenten hebben op de ontwikkeling, visies en mentaliteit van hun studenten niet onderschat worden. Hier kan volgens mij dus ook het verschil gemaakt worden in de onzekerheden die studenten hebben over zichzelf in hun vakgebied en over het beoordelen van eigen kwaliteiten.


In tegenstelling tot andere studies, valt landschapsarchitectuur niet in het alfa of bèta hoekje, en is het vaak praktischer dan andere universitaire opleidingen. Dit maakt het voor een beginnende student lastig om een beeld te krijgen van wat hij/zij nou eigenlijk aan het doen is met dat potlood achter z’n oor.. een ‘knip en plak’-studie? In dit vroege stadium mist er een gesprek tussen studenten en docenten over waar het vakgebied ligt, van alfa naar bèta en van praktijk naar theorie. Als we niet constant de nadruk leggen op hoe landschapsarchitectuur een onbegrepen eilandje is binnen de universiteit, kunnen we ook juist de overeenkomsten met andere studies gaan zien. Ja, ‘we’ tekenen, maar dat doen engineers al eeuwen en is algemeen geaccepteerd dat het denken stimuleert. Ja, ‘we’ hebben veel excursies, dat heeft een ecoloog of bioloog ook (en trouwens, zouden we niet allemaal wat vaker ons studieobject in het echt willen bekijken?). En last but not least, JA, creativiteit. Noem eens een bekende wetenschapper die GEEN creativiteit nodig heeft gehad bij het behalen van dat ene baanbrekende resultaat (en dan doel ik niet op het type Stapel-creativiteit).


Als je dus niet eens je hele vakgebied kunt plaatsen in een bredere context, hoe moet je dan weten wat daarbinnen goed of fout is? Als ik zelf terugkijk, heb ik zeker mijn deel aan stressvolle ontwerpstudio-momenten gehad. De bron daarvan lag vrijwel altijd in mijn onvermogen om zelf in te schatten of ik op de goede weg zat of niet. Uit voorzorg voor het ergste, gooi je jezelf in het project met enkel hoop dat je boven water blijft. Compleet afhankelijk van momenten van begeleiding, kan een docent een boei van goedkeuring gooien die het verdrinken even uitstelt. Vaak was ik, zelfs na een goede afloop, niet goed in staat om uit te leggen hoe dat zo was gekomen. Deze confronterende en nog steeds lastig te beantwoorden vraag ‘wanneer is mijn ontwerp goed genoeg?’, of breder: ‘wanneer ben ik goed genoeg?’, zorgt voor veel vraagtekens bij je eigen kwaliteiten en die van anderen. Waarom niet, net als de docenten, goed reflecteren op enkele resultaten van anderen? Zo kijken we een keer met enige afstand naar een ontwerp en leren we misschien zelfs een ‘goed’ ontwerp te zien.


Op dit moment is er weinig aandacht voor de discussies met studenten waar ik hier voor pleit, behalve in het voorlaatste stadium van de studie. Je hoort wel eens dat mensen pas vanaf 21 jaar goed kunnen reflecteren, misschien dat het daarom zo laat pas een prioriteit heeft. Maar betekent dat dan dat voor die tijd alle studenten een bord voor hun kop hebben, in plaats van een spiegel? Uit eigen ervaringen weet ik dat studenten al in een veel eerder stadium met dit soort vragen zitten, waar pas later over gesproken wordt.

Beste docenten, ga eens peilen, neem er eens de tijd voor, probeer eens, formeel of informeel, zo’n gesprek aan te gaan en wie weet zal het je verbazen. En help ons studenten om stapje voor stapje te komen tot zo’n reflective practitioner waar jullie het zo graag over hebben nu ik al weer bijna weg ben.


juni 4, 2014

0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Comments


bottom of page