De Stad als Bos

De Stad als Bos

_COLUMN_ door Koen van Niekerk

Inmiddels is het collegejaar weer een tijd aan de gang, een productieve tijd als je op de vijfde verdieping van de universiteit rondloopt. Zowel bachelor en master studenten werken volle bak aan ontwerpopgaven. Je zou je kunnen voorstellen dat dit de volgende generatie landschapsarchitecten is, kortom, de moeite waard eens even rond te kijken. Er hangen overal kaarten en andere tekeningen; de producten van zwoegende studenten in een poging hun vakken te halen, mooie ontwerpen te maken en zichzelf te ontdekken. Als je de kaarten van dichterbij bekijkt, zie je de mate van detail dat logischerwijs bij ieder individu anders blijkt te zijn.

Uiteraard bestaan alle kaarten uit punten, lijnen en vlakken. Eén ding viel me op: de ‘bossen’. Op een aantal kaarten zie je donkergroene vlakken waar de legenda eenvoudig uitsluitsel geeft over de betekenis van de desbetreffende kleur, namelijk ‘bos’. Getekend in luttele minuten, staat er ineens een bos in het ontwerp. Het deed me denken aan een essay (Burckhardt, 1990) van Lucius Burckhardt, in zijn boek ‘Why Is Landscape Beautiful?’. Burckhardt (1925-2003) was een invloedrijke Zwitserse denker op het gebied van design- en architectuurtheorie. In het einde van dit essay ging hij in op zo’n bos; wat is zo’n bos nu eigenlijk en hoe ziet dat eruit?

It really is not at all easy to see a forest; for example, if we are standing within it, we see the trees that surround us, some tree trunks, a few crowns swaying above our heads – but we do not see the forest as such. So let us therefore leave the forest and take to the open fields. Doubtless we now see something of the forest, its edges; but we cannot tell whether it consists only of a line of trees or continues within, whether or not we are on the edge of a really large forest”.

We weten allemaal wat een bos is, dat spreekt voor zich, maar kunnen wij die bossen daadwerkelijk zien? Burckhardt’s conclusie luidt dat een bos alleen een idee is; een concept dat we construeren zodra we veel bomen bij elkaar zien. We zien door de bomen het bos niet, letterlijk. We hebben onze kaarten nodig om te zien hoe groot het bos is en hoe het zich verhoudt tot de omgeving. Kunnen wij ons voorstellen hoeveel bomen een bos maakt, of hoeveel bomen er in bossen staan? Kunnen wij ons voorstellen hoeveel bomen nodig zijn om het donkergroene vlak op onze kaart te vullen?

Burckhardt haalt de Duitse kunstenaar Joseph Beuys aan in een poging dat verder uit te werken. Beuys wilde namelijk met 7000 bomen een bos visueel maken. Naar zijn idee zouden dit genoeg bomen zijn voor een bos. In ‘7000 oaks’ plaatste Beuys bij iedere eik die hij plantte in Kassel, een basaltblok (zie afbeelding 1). Bij ieder basaltblok kan men deze zien als 1/7000e deel van het bos, omdat het bos van Beuys uit 7000 bomen bestaat. Dit bos is onconventioneel, want de 7000 bomen staan verspreid over de stad in plaats van in een cluster. Desondanks heeft hij mij aan het denken gezet over het tekenen van een bos. In mijn ogen moet je dus enorm overtuigd van je ontwerp zijn om iets te maken wat je niet eens kan ‘zien’. Kunnen of mogen ontwerpers überhaupt wel iets tekenen wat ze niet eens kunnen zien? Ik denk niet dat veel ontwerpers daarover nadenken. Eigenlijk is dat vreemd want weten wat ontwerpers tekenen, lijkt toch een soort voorwaarde om het te verzinnen en op papier te zetten.

Afbeelding 1: Joseph Beuys 7000 Oaks – Symbolic communication with Nature https://allartisquiteuseful.wordpress.com/category/interventionist-art/
Afbeelding 1: Joseph Beuys 7000 Oaks – Symbolic communication with Nature https://allartisquiteuseful.wordpress.com/category/interventionist-art/

 

Burckhardt sluit zijn essay af met: “It is an intellectual, artificial and artistic forest – and yet it is a forest rendered visible in the environment in which modern man is destined to live: the metropolis.” Dus het bos als stad en de stad als bos? Hoogstwaarschijnlijk is dit de toekomst voor deze wereld waarin verstedelijking en clustering steeds meer de plek innemen van bossen. Zeker nu het plan geopperd is om in Nederland er 100.000 hectaren bos bij te planten. Maar zoals Burckhardt schrijft en Beuys laat zien, lijken het bos en de stad prima gecombineerd te kunnen worden; een leuke uitdaging voor de zwoegende studenten en de potentieel planters van die 100.000 hectaren bos in Nederland.

Burckhardt, L. (1990). Aesthetics and Ecology. In L. Burckhardt, Lucius Burckhardt Writings. Rethinking Man-made Environments. Springer Vienna.
, , , ,