Het naakte landschap

Het naakte landschap

_COLUMN_ door Cor Simon

Het is eigenlijk ongelofelijk dat ik als aardbewoner, buitenmens en natuurliefhebber nog nooit onder de blote hemel heb geslapen. Tot voor kort tenminste. Slapen midden in het landschap was een naakte, kwetsbare ervaring. Toch is het de moeite waard om een dieperliggende reden.

Hoewel een dak boven je hoofd je beschermt tegen de woestheden van de natuur, vind ik dat een dak ook de beleving van de hemel en ons contact met moeder aarde wegneemt. Toen, ergens halverwege de evolutie, de vis haar eerste stappen op land zette moet ze zich ongetwijfeld ook naakt en kwetsbaar hebben gevoeld. Want ja, het naakte landschap is koud en winderig, vol van rovend gedierte of anders wel van vallende kokosnoten. Toch heeft de vis die stap aan land gezet en ik snap eigenlijk wel waarom; het naakte landschap voelt ook buitengewoon bevrijdend.

Ik lag daar als een net geboren kind op de schoot van moeder aarde. De wind blies verse lucht over mij en over de jonge dame ergens aan mijn zij. De bomen rondom mij waren stevig geworteld in de aarde maar reikte naar de sterren waardoor het een kader vormde naar het universum. Het kader was een dynamische mozaïek bestaande uit fijne naalden van de grove den en grove bladeren van een fijne es. Daar tussendoor had ik zicht op schitterende sterren rondom een wolk van zwarte gaten. Even meende ik God te ervaren. Noemde ze dat in de landschapsarchitectuur niet een ‘sublieme ervaring’? Ik wilde het aantal sterren weten, maar ik was al uitgeteld in slaap gevallen. Ik droomde van een vis die haar bevrijding zocht in de lucht.

view

Ik kan me niet herinneren dat ik ooit, ondanks de korte nacht, zo ontspannen wakker ben geworden. Zonnestralen verwarmde mijn gezicht. De sterrenlucht had plaats gemaakt voor helder blauw. Een blaadje viel naast me neer en ik dacht hoe de zwaartekracht me had voorkomen tegen de sterren te vallen (of andersom, ik weet nooit zo goed wanneer de aarde op zijn kop is). Iets verderop zag ik haar vredig schommelen in een paradijselijke tuin die vakkundig over ging in een natuurlijk bos. De vis in de vijver sprong een gat in de lucht.

Toen besefte ik dat onze huizen gevangenissen zijn. Verstikken we onze voeten zo niet van direct contact met moeder aarde, onze longen van verse lucht, onze ogen van het ritme van dag en nacht en onze geest met de vrijheid van het hemelruim? Natuurlijk, het is noodzakelijk ons te beschermen tegen de mogelijke woestheden der natuur. Maar het lijkt wel of we in onze geestdrift naar bescherming vergeten wat het is om te zijn wat we waren. Het wordt tijd dat we het landschap weer puur en naakt tegemoet treden. Puur en naakt, zodat de verstedelijkte mens weer voelt waar het mee verbonden is en wordt bevrijdt uit zijn verstikkende cocon.

De vis, die haar eerste stap op het land zette, voelde zich ongetwijfeld ook naakt en kwetsbaar, maar ik weet zeker dat de vis nooit zijn stap zette om in een vissenkom te belanden!