Grenzeloos: een interview met Adriaan Geuze

Geuze 1

_RE :_ door redactie (Jeroen de Koe, Elsbeth Luning en Adriaan Noortman)

Jaargang 1, Nummer 2, 1991

Hij heeft zijn studie landschapsarchitectuur te Wageningen afgerond in 1987. De laatste twee jaren van zijn studie woonde en werkte hij in Amsterdam. Na daar twee jaar ervaring te hebben opgedaan bij landschapsarchitectenbureau Bakker & Bleeker richtte Adriaan samen met P. van Beek en E. Overdiep het Landschapsarchitectenbureau West 8 op. We zochten hem op in Rotterdam voor een interview.

Om ongeveer halfzes ’s middags staan we op het centraal station in Rotterdam. Met de metro gaan we naar de Rijnhave. We lopen de pier op waarop het bureau zich bevindt. Aan het begin van de pier staan een aantal containers als een soort poort opgestapeld. Bij een wachthokje vertellen we waar we heen willen. ‘Helemaal aan het eind van de pier’, vertelt de man ons. Lopend tussen de containers, heftrucks en loodsen ‘voel’ je echt die havensfeer. Een bord met ‘EXPORT IRAN’ erop is een haast mysterieuze verwijzing naar vroeger tijden. Waarom een bureau in een dergelijke omgeving, vragen we ons af.

Met de lift worden we door Adriaan ‘naar boven gehaald’. In een grote ruimte staan een aantal tekentafels opgesteld, er heerst een echte studiosfeer. Achter een muur is een ruimte waar maquettes gemaakt worden. Door een canvas zeil komen we vervolgens in een derde ruimte waar op een houten podium een paar tafels staan opgesteld.

Wanneer we uit het raam naar buiten kijken krijgen we antwoord op de eerder gestelde vraag. Het uitzicht over de haven is schitterend. De kranen en havengebouwen samen met de schepen en het grote wateroppervlak vormen een uniek landschap, waarin de vormen een direkte, eerlijke, afspiegeling zijn van hun functie. De eenvoudigheid en pretentieloosheid waarmee de verschillende structuren zijn vormgegeven en onderling gerangschikt heeft geleid tot dit bijzondere beeld.

Na de korte rondleiding door het bureau laat Adriaan ons dia’s zien om een impressie te geven van de reeds grote hoeveelheid projekten waaraan door het bureau gewerkt is. Met een duizelingwekkende snelheid gaan de plannen, in vele heldere kleuren, over de lichtbak. Uit de korte toelichting bij de dia’s leiden we af dat aan de manier van presenteren veel belang wordt gehecht. Er wordt veel gebruik gemaakt van o.a. collagetechnieken en maquettes. Later benadrukt Adriaan nog eens het belang van het gebruik van dergelijke technieken, als hij een inzending van de laatste Archiprix noemt die op een zeer goede manier ruimtelijk is uitgewerkt en geïllustreerd. ‘Hier wordt dus door het weergeven in tekeningen e.d. geprobeerd om de architectuurdiscussie op een begrijpbaar niveau bespreekbaar te brengen: in deze discussie ontmoeten architecten elkaar’.

‘Prix de Rome’
Vorig jaar was Adriaan Geuze winnaar van de Prix de Rome in de categorie ‘Stedebouw en Landschapsarchitectuur’. Zijn toch zeer opmerkelijke plan willen we hier even kort toelichten. Het thema van de prijsvraag was de problematiek van de niet gedefinieerde gebieden of ‘non-places’. Voor een eerste ontwerp krijgen de deelnemers slechts drie weken de tijd. Met zijn plan onderzoekt Adriaan de euforie en de kwetsbaarheid van de massacultuur. Als een buitenaards ruimteschip land zijn plan, de VAM 5, in de vorm van een grote terminal, in het veenweidegebied bij Vinkeveen (zie illustratie). Op een zeer lange strook grond worden kavels verkocht aan particulieren die er een huis op mogen zetten op voorwaarde dat een bepaald percentage van de grond in water wordt omgezet. Een grote dijk zal langzaam worden gevormd van het geproduceerde afval. In zijn plantoelichting noemt Adriaan het een reaktie op de gangbare praktijk van het teruggrijpen op de restanten van historische patronen in het landschap, die zich uit in het aanleggen van allerlei lanen en boselementen in het landschap. Hij duidt dit aan met het woord ‘verachterhoekisering’.

Geuze 2

In de eindronde wordt het gebied tussen Bergen op Zoom en Antwerpen belicht. Adriaan kiest ervoor dit complexe gebied aan te pakken door het ontwerpen van vier los van elkaar staande objekten. Als we Adriaan vertellen dat we de hiervan gemaakte modellen wel herkennen van plaatjes, maar niet op de tentoonstelling geweest zijn komt een korte, maar heftige reaktie over de landschapsarchitectuur in Wageningen naar boven: ‘Kijk, dat bedoel ik nou! …. , die tentoonstelling is overal geweest, maar niet in Wageningen. Er gebeurt zo veel, maar Wageningen verliest steeds meer het o zo nodige contact met de andere disciplines en met de ontwerppraktijk. Ze neemt een steeds geïsoleerdere positie in.’

‘Bij de Academie voor Bouwkunst in Amsterdam is er sprake van een zeer beladen programma. Gastcolleges, presentaties en lezingen worden gegeven door zo’n 350 verschillende gastdocenten met internationale bekendheid op het gebied van architectuur, stedebouw en landschapsarchitectuur. Zowel in Delft als in Wageningen is het slechts een klein groepje van zo’n 15 tot 20 vaste medewerkers die het aanbod bepalen.’

Dat het winnen van de ‘Prix de Rome’, zowel voor Adriaan als voor het bureau West 8, positieve gevolgen heeft gehad, staat wel vast. Toch moet je dit resultaat ook in een ander licht bekijken. Het betekent een paar dagen lang keihard werken en leven van kroketten en loempia’s. ‘Bij zo’n prijsvraag zoekt men naar frisse nieuwe ideeën. Je werkt per definitie met experimenten. Dit werk is dan ook ontzettend intensief. Je gaat tot op het bot, met z’n allen volledig kopje onder. Je moet wel werken volgens een lijn die je ligt, maar je moet tegelijkertijd voor jezelf proberen een stap verder te komen’.

De bovengenoemde manier van werken is voor het bureau meer regel dan uitzondering. Uit ervaring blijkt dat door in bepaalde perioden te ‘ pieken’ de beste resultaten worden behaald. Het komt dan ook voor dat op het bureau weken worden gemaakt van zestig uur of nog meer.

Inspiratie
Uit de ontwerpen komt al naar voren dat de direkte omgeving een belangrijke bron van inspiratie is bij het ontwerpen. Een bepaalde vormentaal en materiaalgebruik uit het havengebied zijn als het ware zo benut en in een geheel andere context in een ontwerp ingebracht. Dit kan zeer verrassende effecten hebben, zoals dat b.v. bij het plan voor de ‘Binnenrotte ‘ in Rotterdam het geval is.

Door het onder de grond verdwijnen van de spoorlijn komt hier veel ruimte vrij. Bewust is ervoor gekozen om de ruimte niet te geleden, maar om haar juist ervaarbaar te maken. Zo ontstaat een ruimte die qua sfeer en maat aan de rivier doet denken. Het grondvlak van het plein bestaat uit blauwe geglazuurde stenen, waardoor er, als ze nat worden, een enorm spiegelend vlak ontstaat wat een ruimtevergrotende werking heeft. Het terrein heeft een belangrijke functie als marktterrein. Ter verankering van de marktkramen worden in lange stroken duizenden stalen ankerringen in het grondvlak bevestigd. Ovale elektriciteitskastjes worden in hetzelfde grid op het plein gezet op betonnen sokkels, die er in de eerste plaats voor zijn om te voorkomen dat ze door vrachtauto’s omver gereden worden. De felle kleuren van de kastjes (ze zijn rood-wit geblokt) hebben dezelfde functie. Dit ondubbelzinnig en functioneel materiaalgebruik is nou juist zo kenmerkend op vliegvelden en in havengebieden.

Geuze 3

Ook in het-plan voor het ‘schouwburgplein’ in Rotterdam lijkt het havengebied een inspiratiebron te zijn geweest. Op de onder het plein aanwezige parkeergarage wordt een metalen systeemvloer aangebracht. Een dergelijk oppervlak voldoet aan de eisen (i.v.m. de eronder gelegen parkeergarage) en kan tevens veel functies dragen. Door een verschillende behandeling van het oppervlak (ruwen, polijsten, krullen etc.) wordt het plein gedetailleerd. Met het gebruik van bijvoorbeeld holle klank en massieve elementen wordt hieraan nog een extra dimensie toegevogd. In het pleinoppervlak zijn gaten aangebracht waarin het straatmeubilair kan worden ingeplugd. Doordat onder het plein verlichting is aangebracht ontstaat er ’s nachts ‘een melkweg van licht’.

Geuze 4

 

Op het plein staan verder die hydrolische lichtmasten met een motoriek die doet denken aan havenkranen. De masten zijn voorgeprogrammeerd op een aantal standen en kunnen door inworp van een gulden bedient worden; je kunt iemand in het licht zetten.

Geuze 1

Reizen om inspiratie op te doen zou Adriaan wel veel meer willen doen, maar door het drukke werk komt het er nauwelijks van. Inspiratie doe je natuurlijk overal op, maar het is een feit dat de haven als inspiratiebron onuitputtelijk is, vindt Adriaan. ‘Kijk, als je vraagt, ‘kan er een vliegveld hier voor het bureau aangelegd worden?’ Ja, dat kan. Twee weken geleden zaten we hier te werken en toen kwam er een vliegdekschip van de Royal Navy voorbijgevaren, toen stonden er op ooghoogte (het bureau bevindt zich op de derde verdieping) zo dertig Harriërs voor m’n raam, al die kapjes open, de vleugeltjes opgeklapt, dat is toch fantastisch? Laatst kwam er hier zo’n tunneldeel langsvaren en die ligt dan bijna helemaal onder water. Er lopen dan van die mannen over in gele pakken, als Jezus op het water.’

Bij het maken van een ontwerp komt het concept op-de eerste plaats. Daarnaast speelt bij het bureau het werken met je intuïtie en met associaties een belangrijke rol. ‘Het is een gevoel wat je hebt, net als een schoolkind; een gevoel dat heel simpel is. Het werkt ook een beetje ontwapenend; niet alles zo wetenschappelijk, gewoon doen! Elke vakdiscipline heeft zijn idioterie, ook de landschapsarchitectuur. Kijk, Einstein heeft ook vrolijk wandelend door de bossen zijn relativiteits-‘erlebnis’ gehad. Die liep gewoon een beetje niks te doen in het mooie voorjaarsweer in Toscane, en door de bomen viel het licht, en opeens TAK! Dat was ‘em. En die heeft daarmee de hele wereld op zijn kop gezet.’

Trendsetters?
Het bureau West 8 heeft ook een ontwerp gemaakt voor de gebieden rondom de Oosterscheldedam. Nu de dam gerealiseerd is wil men een aantal gebieden, waaronder de ‘werkeilanden’, gaan inrichten. Rijkswaterstaat had hiervoor een plan gemaakt waarin men rondom de dam een veelheid aan ecologische milieus wilde creëren. Hiervoor is al een kunstmatig vogeleiland gemaakt. Om dit te verwezenlijken zouden nog veel dure ingrepen noodzakelijk zijn. West 8 vindt dat hierbij vanuit een ecologische invalshoek vraagtekens gezet mogen worden en komt zelf met een plan waarin nieuwe gebieden en de ecologische ontwikkeling ervan voor een belangrijk deel vanzelf moet gaan plaatsvinden.

Geuze 5

Op enkele werkeilanden zoals o.a . de. ‘Roggenplaat’ worden meeuwenkolonies gecreëerd door o.a. in een dambordpatroon een dikke laag schelpen aan te brengen (zie illustratie). ‘Je moet de pret hebben dat je zover gaat dat je de Oosterschelde ervaart aan de dode meeuwen die aan je voorruit plakken. Dat is een metafoor natuurlijk, dat bereik je niet. Maar dat je zo aan komt rijden en dan, tèk tèk tèk, die meeuwen op Je voorruit. Dan onderga je fysiek dat je door de Oosterschelde rijdt.’

Geuze 6

De ecologische invalshoek komt regelmatig terug in enkele plannen van het bureau. Een leuk voorbeeld is het park in Beverwijk. In dit park worden volgens het plan van West 8, elanden geïntroduceerd. Het gaat er hier om een stukje ecologische beheer te introduceren in de stad. ‘Dat zijn geen illusies, het is gewoon mogelijk. Elanden hebben de sterkste magen van alle beesten; die kunnen ook bakjes patat, sigaretten en blikjes cola naar binnen werken, die kunnen wel wat hebben. Die beesten hebben een hele grote pens.’ De vraag of dit wel een ecologisch verantwoorde manier van ontwerpen is, acht Adriaan bewezen. ‘De delta van Nederland heeft gewoon populieren, riet elanden en meerkoeten. Dat is Nederland! De discussie of plannen al dan niet ecologisch zijn is niet altijd relevant. We hebben hier immers ook ooit zomaar koeien geïntroduceerd.’ We stellen Adriaan de vraag hij zich een trendsetter voelt. ‘Dat weet ik niet, daar mogen anderen over oordelen. Ik kan wel dit zeggen: wij proberen te experimenteren. We nemen daarbij risico’s en zitten een beetje aan de grenzen te klooien. Dat doen we soms uit onbenulligheid en dat heeft soms veel effect.

Vormgeven
Wij waren naar Rotterdam gekomen met het idee om Adriaan o.a. vragen te stellen over prijsvragen, de overgang van de universiteit naar z’n huidige werksituatie, het bureau, etc. Al kort na onze aankomst was het ons duidelijk dat we de vragenlijst wel konden vergeten. Waar Adriaan over wilde praten waren de plannen die op het bureau zijn gemaakt en niet over meningen. ‘Mensen moeten wat minder zeuren over wat wel en niet kan, waar het op aan komt is juist de vormgeving. Dat is nou juist de essentie van ons vak! Niet eindeloos debatteren, maar ontwerpen, vormgeven!’

Gestemd tot nadenken
Als het interview is afgerond kijken we nog eens uit het raam. De zon is ondertussen ver gezakt en werpt een oranje-rood licht over de haven. Als trotse silhouetten verheffen zich de kranen en havengebouwen boven de horizon. Het lijkt wel alsof het voor deze gelegenheid zo voor ons geënsceneerd is. Het klopt allemaal, de haven, het bureau.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

* Please arrange the below number in decreasing order