Een levendige campus

Een levendige campus

_ARTIKEL Campus-special_ door Elike Wijnheijmer

De Wageningse Campus, iedereen heeft er wel een mening over. Is het wel een campus en wat is dat nu eigenlijk: een campus? De een vindt het een prettige plek en geweldig dat alles dicht bij elkaar zit, de ander vindt het maar een kaal waai-gat en verlangt met weemoed naar de oude knusse universiteitsgebouwen in het centrum van Wageningen. Met natuurlijk nog duizend meningen daartussen in. 

Sinds de start van de Wageningse Campus met de komst van het Forum, het eerste onderwijsgebouw,  is er veel veranderd. Bijna alle universiteits- en vele onderzoek locaties zijn nu gecentreerd op de campus. Van versnipperde gebouwen door de stad en daar buiten wordt alles naar de campus verhuisd. Dit plan is nog steeds in uitvoer, ieder jaar verrijzen er imposante nieuwe gebouwen op de campus. Met als kers op de taart misschien wel de studentenwoningen waar de eerste fundering nu voor wordt gestort, want met woningen ben je toch pas een echte campus? Of is er meer nodig voor een goede campus?

De Wageningse landschapsarchitecten en planners zien dit voor ons oog gebeuren, alles verandert in rap tempo. Ons kritische oog vraagt zich wel eens af of dit nu is wat we willen uitstralen als University of Life Sciences, voor de kwaliteit van de leefomgeving. Pakken alle veranderingen goed uit? Kunnen er zaken verbeterd worden? En hoe zit het met bestaande plannen en achterliggende beslissingen over de campus? Er zijn veel mensen die aan de campus hebben ontworpen of zouden willen ontwerpen, maar er is vooral veel niet bekend over deze plannen en de processen achter deze grote opgave.  

Dit artikel is het eerste van de bijdragen die TOPOS publiceert in de komende weken over de Wageningen Campus. Vanuit de invalshoek van verschillende onderzoekers en belanghebbenden geven we een kijkje in de wereld van de campus. Deze week: Elike Wijnheijmer van de werkgroep levendigheid Wageningen Campus.

Wageningen Campus groeit. De ruimte vult zich met gebouwen, wegen en mensen die daar dagelijks gebruik van maken. Waarvan 70% aangeeft tevreden tot zeer tevreden te zijn met de campus. Maar die ook bruisen van de wensen en ideeën om het nog mooier, interessanter, duurzamer en gezelliger te maken. Dat vraagt om een goed plan voor de verdere inrichting.

Wageningen Campus is een volwassen campus van internationaal belang, zo blijkt uit onderzoek in opdracht van het Ministerie van EZ1. Het terrein is ca. 70 ha groot waarbij de sportvelden, de Born-Oost en de Leeuwenborch niet zijn meegerekend. De campus biedt studie- en werkplekken aan ruim 10.000 studenten en een groot deel van de circa 5.700 medewerkers van Wageningen UR, die zich bezig houden met gezonde voeding en leefomgeving. Daarnaast vindt een groeiend aantal andere bedrijven en kennisinstellingen op Wageningen Campus hun plek.

Een stukje geschiedenis
In 1998 integreerde de Landbouwuniversiteit met de Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO) tot Wageningen UR. Doel was de inhoudelijke samenwerking en interactie tussen beide instellingen te bevorderen. Om hier een extra stimulans aan te geven besloot de Raad van Bestuur eind 90’er jaren het onderwijs te concentreren op de terreinen van DLO, net buiten Wageningen. Daar was een aantal DLO-gebouwen aan renovatie of vervanging toe, terwijl de universiteit was versnipperd over Wageningen in soms prachtige, maar veelal sterk verouderde en inefficiënt gebruikte gebouwen. Door de verkoop van gebouwen en terreinen ontstond de financiële ruimte om Wageningen Campus te creëren. Een proces van lange adem met veel vaders en moeders, zoals iemand het zo fraai uitdrukte, dat op basis van het Masterplan Wageningen Campus haar definitieve beslag kreeg in het bestemmingsplan van 2010.

In 2013 waren de geplande bouwactiviteiten grotendeels achter de rug en startte de Raad van Bestuur de volgende fase van het Masterplan Wageningen Campus. In Wageningen Campus Strategy beschrijft zij hoe zij de campus verder wil ontwikkelen door bedrijvigheid aan te trekken en de interactie tussen studenten, wetenschappers en ondernemers te vergroten . De Raad van Bestuur stelt de stuurgroep Doorontwikkeling Wageningen Campus in met drie werkgroepen, Ondernemerschap/acquisitie, Communicatie/hospitality en Levendigheid, om de strategie vorm te geven. Daarnaast is nog een stuurgroep Infrastructuur actief.

Werkgroep levendigheid
De werkgroep Levendigheid krijgt de opdracht een aantrekkelijk ingerichte buitenruimte te creëren die ontmoeten en samenwerken stimuleert en faciliteert. Omdat het budget beperkt is, zijn keuzes nodig. Drie vragen staan daarbij centraal:
• Wat vinden de gebruikers van Wageningen Campus het belangrijkste, waar is de meeste behoefte aan om de buitenruimte gezelliger te maken en beter te kunnen gebruiken?
• Welke mogelijkheden biedt het terrein, uitgaande van Wageningen Campus Strategy, het Masterplan Wageningen Campus en alle bouw- en infrastructurele werken die zijn gepland of in ontwikkeling zijn?
• Welke mogelijkheden zijn er om met het beperkte budget een optimaal resultaat te bereiken, rekening houdend met de structurele kosten voor onderhoud en beheer die daaruit voortvloeien (implementatie)?

Wensen gebruikers
De campus is op dit moment vrij strak en sober ingericht. Bomenlanen, hagen en uitgestrekte grasvelden met hier en daar groepjes bomen en struiken bepalen het beeld. Daarin komen de architectuur en kunstwerken goed tot hun recht. Uit enquêtes en workshops komt echter naar voren dat dagelijkse gebruikers in deze grootschaligheid beschutte plekken om te ontspannen en (samen) te werken missen. Maar ook een wandelnetwerk om rustig en veilig een ‘rondje campus’ te kunnen lopen. Ook hebben zij, naast het Manifestatieterrein, behoefte aan meer kleinschalige voorzieningen om allerlei activiteiten te kunnen organiseren. Deze ’top drie’ heeft de werkgroep als uitgangspunt genomen om in samenwerking met de andere groepen ook wensen voor bijvoorbeeld experimentele ruimtes, (inspirerende) objecten en informatiepunten, nutsvoorzieningen, verlichting, sport & spel, beplanting, natuur en water gehonoreerd te krijgen.

Mogelijkheden terrein
Het Masterplan Wageningen Campus bepaalt in belangrijke mate de mogelijkheden van het terrein om levendigheid vorm te geven. Aan dit Masterplan ligt een stedenbouwkundige, verkeers- en groenstructuur ten grondslag. De eerste versie verscheen in 2000 als ‘Masterplan de Born’ van Michael van Gessel van bureau B&B.

figuur 1
Figuur 1: Stedenbouwkundige visie: Open middengebied, waar monolieten uit oprijzen en dat geflankeerd wordt door lagere gebouwen. Het middengebied bestaat uit gras, water en bomen met veel doorzichten, waar wetenschappers en studenten elkaar ontmoeten.

De stedenbouwkundige structuur gaat uit van een open middenruimte van oost naar west, waarin monolieten zijn geplaatst (figuur 1). Deze open ruimte wordt echter letterlijk en figuurlijk doorkruist door de houtwal langs de Bornsesteeg. Ook Futurum (Impulse) en Zodiac, die dwars op de oost-west lijn liggen, dragen bij aan het gevoel dat de middenstrook ophoudt na het Forum. In de praktijk is daardoor een gebied ontstaan met een natuurlijke gradiënt van grootschaligheid naar kleinschaligheid c.q. van openheid naar meer beslotenheid. Deze loopt van de Mansholtlaan in het oosten naar het Dassenbos in het westen, uitwaaierend naar de Leeuwenborch in het zuiden en Unifarm in het noorden. De gradiënt komt ook terug in de schaal van bedrijvigheid. Van multinationals als FrieslandCampina aan de Mansholtlaan, MKB en starters in het midden tot de studentenontwikkelwerkplaats in het westen. Langzaam maar zeker ontwikkelt Wageningen Campus zich daardoor tot een gebied dat uit een aantal ruimtes is opgebouwd, die ieder hun eigen karakteristiek en dominante functie hebben (figuur 2).

figuur 2
Figuur 2: Ruimtes op Wageningen Campus met eigen karakteristiek en dominante functie A: Mansholtlaan C: Manifestatieterrein F1: Business strip I: Dassenbos A1: Born Oost D: Lelystadveld F2: Lage (rand)bebouwing J: SCB A2: Lumentuin E: Forum G: Impulse K: Leeuwenborch B: Orion F: Campus Plaza H: Vitae

De verkeers- en groenstructuren zijn gebaseerd op de van oorsprong aanwezige rechtlijnige structuren van het agrarische cultuurlandschap dat ook nog in het Binnenveld is terug te vinden. De groenstructuren verbinden Wageningen Campus met de omliggende landschappelijke elementen en de ecologische verbindingszone ten noorden van Wageningen Campus. Zij bestaan uit aaneengesloten zones van bomen, bosjes (houtwallen en stepping stones) en ruw gras (figuur 3). Deze zones zijn in het bestemmingsplan vastgelegd. Het Dassenbos heeft een formele natuurbestemming. De tuin bij Lumen is een zogenaamde ‘locatietuin’ die de mogelijkheden van ecologisch beheer demonstreert. Grote delen van Wageningen Campus zijn behoorlijke nat in bepaalde tijden van het jaar, deels als gevolg van kwel. De karakteristieke, grote vijvers hebben daarin een bergingsfunctie, maar zijn ook onderdeel van het ecologisch waterbeheersysteem van de gemeente Wageningen. De vijverranden lopen geleidelijk af om ruimte te bieden aan flora en fauna.

figuur 3
Figuur 3: Groenstructuren op Wageningen Campus inclusief ecologische (groene) verbindingszones

Implementatie
Aan de hand van de wensen van gebruikers en de mogelijkheden van het terrein heeft de werkgroep een Masterplan Levendigheid (bijlage) opgesteld. Daarin zijn voor de verschillende ruimtes op basis van hun karakteristieken en dominante functie keuzes gemaakt voor de gewenste ontwikkeling. Vervolgens heeft de werkgroep Levendigheid een landschapsarchitectenbureau geselecteerd (MTD) om de keuzes in een verbindend ontwerp te visualiseren en een kostenraming te maken voor de realisatie van het ontwerp.

Hoewel de schets van MTD interessante aanknopingspunten bood, ook voor infrastructurele aanpassingen, was het financieel niet te realiseren op de wijze die MTD voor ogen had. De werkgroep heeft daarom naar alternatieven gezocht om de ideeën toch zo veel mogelijk vorm te geven. Daarbij is ook rekening gehouden met het verwachte toekomstige gebruik, beheer en onderhoud. Denk daarbij aan met de gemeente afgestemde huisregels en procedures voor het organiseren van activiteiten, een aangepast onderhoudsbestek en alternatieve gebruiks- en managementvormen van delen van het terrein.

Eind maart is de Raad van Bestuur akkoord gegaan met deze pragmatische uitwerking van het schetsontwerp (figuur 4). De belangrijkste elementen, die nu verder worden ingevuld om dit jaar te realiseren, zijn:

• Een natte natuurtuin bij de Mansholtlaan
• (Visuele) scheiding van fietsen en wandelen
• Een hoefijzervormige heuvel bij Orion om op te liggen/zitten als eenvoudige uitvoering van het voorgestelde openluchttheater
• Een marktplein met veel zitplekken voor Forum
• Een klein amfitheater bij Impulse als zitgelegenheid en voor buitenvoorstellingen
• Een kennistuin achter Vitae voor demonstratie, voorlichting en experimentele ruimte voor onder meer de Starthub van studenten.

figuur 4
Figuur 4: Inrichtingsontwerp Wageningen Campus

Dit artikel is de eerste in een reeks over de Wageningse Campus. De komende weken verschijnen er meer opiniërende stukken of stukken vanuit een bepaalde (academische) achtergrond. Volgende week maandag: Pieter Boone van Alterra over ‘een volgehouden eenheid van handelen.’