De festivalbeleving van landschap

featured image

_ARTIKEL_ door Abel Coenen

Recent werd op landgoed Doornik het Festival van het Landschap georganiseerd, hét feest voor de Nederlandse tuin- en landschapsarchitectuur. Met muziek, eten, kampvuur en lokaal gebrouwen bier werd het landschap en het vakgebied gevierd. Hiermee lijkt de NVTL bewust in te springen op de trend dat festivals en evenementen steeds populairder worden. Het aantal evenementen stijgt en festivals spelen steeds meer in op de kwaliteit van een locatie.

Een interview met Bruno Doedens.

 

De beleving van landschap op culturele festivals lijkt een succesvol thema te zijn. Voorbeelden hiervan zijn De Parade waarbij stadsparken volledig worden ingevuld met theater en muziek, Motel Mozaïque waarbij het stedelijke hart van Rotterdam het podium is voor vernieuwende cultuur, Into the Great Wide Open en Oerol die beide een theater- en muziekprogramma neerzetten op (respectievelijk) Vlieland en Terschelling. Daarnaast zoeken vooruitstrevende dancefestivals steeds vaker een locatie op die aansluit bij het karakter van het festival, waarmee ze zichzelf kunnen onderscheiden van andere festivals – meestal ver buiten de stad.

Maar andersom gaat landschapsontwerp ook steeds vaker om tijdelijke invullingen en/of constructies die een festivalbeleving oproepen. Zie bijvoorbeeld de Luchtsingel in Rotterdam, naar een ontwerp van ZUS Architects; of de brug die fungeert als cultureel plein voor de stad Barcelona, ontworpen door OMA. De festivalbeleving en de landschapsbeleving lijken samen te komen tijdens dergelijke evenementen en kunnen veel van elkaar leren. In De Blauwe Kamer 2014/03 wordt door Marieke Berkers de relatie verkend tussen de stad en festivals. Ze concludeert: “Juist in het experimenteren met aanpassingen in de regelgeving en het beter laten aansluiten van tijdelijke economie op permanente economieën kunnen festivalmakers en stedenbouwers de handen ineen slaan.” De tijdelijkheid van een festival en de duurzaamheid van een stedelijk ontwerp kruipen naar elkaar toe, en kunnen volgens Berkers veel aan elkaar hebben. Maar hoe zit dit met het landschap buiten de stad?

Bouwen aan Wadland, 17-18 mei 2014. Foto: Bruno Doedens, www.slem.org

Bouwen aan Wadland, 17-18 mei 2014.
Foto: Bruno Doedens, www.slem.org

Wadland
Bruno Doedens, landschapsarchitect en voormalig mede-eigenaar van DS Landschapsarchitecten, is een van de oprichters van SLeM, Stichting Landschapstheater en Meer, een ontwerpatelier dat zich bezighoudt met landschapstheater en voornamelijk eigen projecten initieert. Veel van de projecten staan in het kader van festivals als Oerol, Karavaan en ook de Floriade, en zijn tijdelijk van aard of sterk gebaseerd op de tijdsaspecten in het landschap. Daarbij een grote rol gevend aan de persoonlijke verbeelding en beleving van de bezoekers.

Doedens: “Onze projecten gebruiken de festivals als bijzondere podia om tot de verbeelding sprekende tijdelijke landschappen door een grote groep mensen te kunnen laten beleven. Ze liften daarbij mee met de festivalorganisatie om de benodigde vergunningen te regelen en de PR te stroomlijnen. Zo geeft het Oerol-festival SLeM de mogelijkheid te spelen en experimenteren met wat we zijn gaan noemen Culturele Landschapsontwikkeling.”

Wadland en Woodland van bovenaf gezien.  Foto's: Gerrit Bart Volgers en Bruno Doedens, www.slem.org

Overzichtsfoto’s van Wadland en Woodland.
Foto’s: Gerrit Bart Volgers en Bruno Doedens, www.slem.org

Doedens’ meest recente project op Oerol is Wadland, waarbij een tijdelijk landschap op het strand van Terschelling wordt gebouwd. Het project was dit jaar onderdeel van het festival dat, onder het thema ‘Sense of Place’, zich richt op het bewustzijn van en het beleven van het landschap. Zo werd daar de Zonnewende gevierd, waarbij het landschap dienst deed als theatervloer.

“Hierbij worden de landschapsvormende processen op een verbeeldende wijze zichtbaar gemaakt. Pannenland 2013 en Wadland 2014 zijn hier goede voorbeelden van, beide in samenwerking met architect Machiel Spaan (M3H) opgezet. Bij het bouwen van Wadland waren 250 studenten en vrijwilligers betrokken. De rol van de ontwerper is hierbij, naast het ontwikkelen en bewaken van het tot de verbeelding sprekende totaalbeeld, vooral regisserend. De omstandigheden en natuurkrachten vragen om continue aanpassingen in werkwijze. Alle tussenresultaten zijn het gevolg van de tango tussen natuurkrachten en menselijk handelen, een eindbeeld is er eigenlijk niet.”

Geknoopte wilgentakken vormen de basis voor Wadland, 8 juni 2013.  Foto: Bruno Doedens, www.slem.org

Geknoopte wilgentakken vormen de basis voor Wadland, 8 juni 2013.
Foto: Bruno Doedens, www.slem.org

Wadland speelt niet alleen in op de beleving van het ‘eindproduct’ maar ook op de beleving van het bouwproces zelf. Een doel van Wadland is om de bouwers – in dit geval de studenten – te laten “ervaren wat het is om onderdeel te zijn van iets groots en dynamisch en wat de rol van de verbeelding daarin kan zijn.” Het bouwen aan het landschap van Wadland is hiermee een onderdeel geworden van het festival-programma. De behoefte van bezoekers om iets bijzonders te beleven, wordt gekoppeld aan de realisatie van een landschap en aan de communicatie en educatie van de landschapsvormende processen aan een breed publiek. Kan je eigenlijk wel iets ontwerpen met een bepaalde beleving als doel, of kan je een beleving enkel sturen?

Doedens: “De beleving zelf is niet het doel, de beleving is een middel om een verhaal over te brengen. De wijze van beleven, met alle zintuigen, van de gebeurtenis draagt er aan bij dat het beter verankerd in het geheugen. Het vak landschapsarchitectuur kan nog veel leren van theatermakers en andere kunstdisciplines over het beïnvloeden van de beleving. Het durven spelen en het samenbrengen van deze kennis met de specifieke landschappelijke condities van ons vak kan tot vernieuwing in het vakgebied leiden. Ook de boeken van Willem Hartman ‘De Vloeibare Stad’ en ‘Homo Ludens’ van Johan Huizinga bieden hiervoor inspiratie”.

Woodland: een tijdelijk landschap gebouwd met meer dan 200.000 houten prikkers.  Foto: Bruno Doedens, www.slem.org

Woodland: een tijdelijk landschap gebouwd met meer dan 200.000 houten prikkers.
Foto: Bruno Doedens, www.slem.org

Woodland
Een ander project, met de naam Woodland, bracht Doedens naar Denemarken waarbij in het kader van het festival Wadden Tide 2014 een teer en poëtisch tijdelijk landschap wordt gemaakt. Ook in dit project krijgt het proces van de aanleg van het landschap een grote inhoudelijke rol. Over Woodland schrijft SLeM op zijn website: “In onze perceptie is een landschap alleen dan een landschap als het is opgebouwd uit veel gelijke elementen die zo zijn gerangschikt dat de grenzen van het landschap niet altijd herkenbaar zijn.” Hoe verschilt deze benadering van andere landschapsontwerpen?

“SLeM maakt tot de verbeelding sprekende tijdelijke landschappen. Vaak op het strand, onze grootste openbare ruimte, daar kun je dingen doen die je niet kunt doen in de stad. Daarnaast zijn het vrije uitzicht, de wind en de zee gratis cadeautjes die spelen met de tijdelijke landschappen waardoor ze (relatief snel) vervormen in de tijd. Het is niet te vergelijken met complexe landschapsprojecten in het landelijk gebied van Nederland waar tientallen spelers allemaal een eigen belang hebben. Wel biedt de aanpak en werkwijze van tijdelijke landschappen mogelijk kansen om problemen op een andere wijze op te lossen, op een andere wijze aan te vliegen. Ook verbeelding, communicatie en educatie zijn begrippen die in ons vak meer aandacht zouden mogen krijgen.”

De viering van de Zonnewende op Wadland, 21 juni 2014.  Foto: Bruno Doedens, www.slem.org

De viering van de Zonnewende op Wadland, 21 juni 2014.
Foto: Bruno Doedens, www.slem.org

Tijdelijkheid als duurzaamheid
Binnen landschapsarchitectuur lijkt steeds meer aandacht te zijn voor projecten op tijdelijke basis. Denk hierbij aan een park- of pleinontwerp met pop-up programma, tijdelijke constructies in de openbare ruimte die een bepaalde interactie aangaan met de gebruikers. Ook Wadland heeft een tijdelijke basis. Is het niet jammer dat een landschapsontwerp maar zo tijdelijk te beleven is?

Doedens: “Tijdelijkheid heeft het voordeel dat het weer weg gaat en is daardoor minder bedreigend. Dat geeft meer kansen voor experimenten en Wadland is een mooi voorbeeld daar van. Wadland heeft in totaal vier maanden op de Noordsvaarder van Terschelling gestaan, elke week bezochten gemiddeld duizend mensen het Mondriaanse kunstwerk van wilgentenen. En het is een studie- en schaalmodel voor een te ontwikkelen kwelder van ca. 90 hectare. Tijdelijkheid kan dus ook een aanjager zijn voor meer definitieve projecten. Tijdelijkheid is misschien wel een hele goede vorm van duurzaamheid. Zo doet de natuur het ook. We moeten volgens mij veel meer leren denken in de gelaagdheid van tijdschalen, daar liggen enorme kansen voor het vakgebied.”

Zowel Wadland als Woodland laten zien dat ook de landschappen buiten de stad toneel kunnen zijn voor dergelijke initiatieven. Het blootleggen van processen, het betrekken van de gebruikers bij de constructie en het verbeelden door middel van theater zijn krachtige instrumenten om het landschap meer beleefbaar te maken. Een benadering van landschapsarchitectuur die, hoewel tijdelijk, kan zorgen voor langdurige herinneringen en waardering van landschap.

Reacties zijn gesloten.