Column – Rotterdam: vooruit dan maar

Column – Rotterdam: vooruit dan maar

_COLUMN_ door Marit Noest

Rotterdam is hip. Elke krant die je openslaat of tv zender die je opzet, vertelt het je. Lyrisch over de markthal, ‘De Rotterdam’ als nieuwe parel aan de skyline van Koolhaas-en, de ontwikkelende havens en buurtjes of het toenemende toeristen aantal bij het centraal station. Maar het imago van lelijke stad is harder af te schudden dan al deze publiciteit zou laten denken.

Sinds kort woon ik in Rotterdam. Voor ik verhuisde, hoorde ik vaak gesputter of zag vieze gezichten bij het nieuws van mijn nieuwe onderkomen. Rotterdam is lelijk, saai, sfeerloos, heeft hoge gebouwen en stinkende straten! Een onveilige havenstad zonder centrum, waar forenzen zich naar hun anonieme kantoorgebouwen bewegen. Daar ga je dan, met je verhuisdozen richting deze goddeloze plek…

Toegegeven, er zijn een hele hoop Lelijke (met welverdiende hoofdletter) plekken hier in Rotterdam. Neem Blaak: er is een reden waarom ze in foto’s van de Markthal nooit veel omgeving laten zien. Naast deze yuppen en toeristen trekpleister heb je heerlijk uitzicht op de meest afgrijselijke bouwwerken, waar je je bij afvraagt wie dit in hemelsnaam ooit bedacht of goedgekeurd heeft: De Kubuswoningen en het Potlood. Maar naast extremen zoals deze, zijn er ook een heleboel straten die worden overheerst door streng modernistische gebouwen, hooggaand depressief beton en brede autobanen. Jane Jacobs draait zich om in haar graf bij het idee dat de brede -en welbekende door Monopoly- Coolsingel het woonadres is van welgeteld niemand!

Dit gezegd hebbende, denk ik dat zeker landschapsarchitecten en planners begrip moeten hebben waarom deze stad zo is zoals die is. Natuurlijk, iedereen weet van de bombardementen in de Tweede Wereldoorlog die grote delen van de stad verwoest hebben. Dit wordt vaak als een soort excuus gebruikt waarom er zoveel modernistische gebouwen zijn. “Tja, de stad lag plat en die stijl was toen populair, daar konden ze toen niet veel aan doen.” Maar, wat men vaak niet weet is dat daarna, zelfs tot in de jaren ’90, nog veel meer is plat gegooid van het oude Rotterdam wat er nog over was, en dat daar bewust en uit eigen wil nog meer lelijke gebouwen voor in de plaats zijn gekomen! En dat is niet omdat Rotterdam niet geeft om zijn verleden, maar omdat het durf te kijken naar de toekomst.

Door de bombardementen verloor de stad zijn centrum, waarna er een verandering in denken heeft plaats gevonden. Hoe andere steden in de Randstad mét een historisch centrum vast zitten tussen de monumenten en beschermde stadsgezichten, heeft Rotterdam de vrijheid om door te ontwikkelen. De stad is rauw, piept en kraakt, werkt hard, durft fouten te maken en te ontwikkelen naar de toekomst. Ze bouwen er op los omdat het nu toch vaak niet veel soeps is, dus het alleen maar beter worden. De uitspraak ‘Vooruit dan maar’ komt niet voor niets uit Rotterdam.

En er zullen ook gebouwen blijven komen die in de toekomst lelijk verklaard zullen worden. Als ik naar het plafond van de markthal kijk, ben ik die zwevende garnalen en avocado’s nu al zat, laat staan over een decennia! Maar het is goed dat de stad de ruimte biedt aan technicolour uitspattingen zoals dat.

Hoe dan ook, zijn er ook nog genoeg plekken die wel het typische historische stad-idee uitstralen. Dus als je een keer echt verder wil gaan dan het initiële imago van Rotterdam, door er een keer heen te gaan, ga een keer naar Delfshaven, Katendrecht, de Witte de With of de oude havens. Of geniet juist van die paar historische gebouwen die als verborgen schatten nog te ontdekken zijn in de minder mooie straten. Ook bereid om naar modernere gebouwen te kijken? Ga ’s avonds naar het cafe op de zevende verdieping van De Rotterdam, daar zul je zien dat ontwikkeling niet altijd slechte dingen met zich meebrengt…

Maar wie ben ik, om het op te nemen voor Rotterdam. Wil je het van een echte Rotterdammert horen, kijk dan even de documentaire Rotterdam 2040, te vinden op www.rotterdam2040.nl