Arrogante woorden, elitaire landschappen

DSC_2984

_ARTIKEL_ door Martijn Duineveld

Kent u die uitdrukking?

‘de kwaliteit van het landschap’; ‘genius loci’; ‘de ecologische waarde’; ‘de intrinsieke waarde’; ‘kwaliteit leefomgeving’

…het zijn waarschijnlijk geen onbekende woorden voor mensen die zich met landschap bezig houden (landschapsarchitecten, planners, ecologen, geografen, stedenbouwers). Het zijn woorden die verwijzen naar eigenschappen van het object landschap. In deze toposblog beargumenteren we dat dit soort woorden niet onschuldig of apolitiek zijn. Ze kunnen de voorkeuren van bepaalde elites reproduceren en camoufleren en daardoor bijdragen aan de creatie van elitaire landschappen.

Dit is een ietwat bewerkte versie van het essay: ‘Als de goudprijs hoog genoeg is wordt het oude sieraad snel gesmolten.’, geschreven door Martijn Duineveld en Kristof van Assche. Hier te downloaden.

De waarde van het landschap bestaat niet
Dat er (door planners, landschapsarchitecten, stedenbouwkundigen en vergelijkbare subjecten) regelmatig wordt gesproken van de kwaliteit van het landschap, de genius loci, de ecologische waarde, de culturele waarde of de intrinsieke waarde, veronderstelt dat landschap, ecologie of erfgoed een gegeven realiteit is, die van zichzelf waarde heeft, los van onze waarneming. Nu hoef je geen Bourdieu, Foucault of Eco te zijn of te lezen om te begrijpen dat kwaliteiten en waarden geen eigenschappen zijn van de dingen zelf maar door mensen worden toegekend aan de wereld, aan materiële en immateriële zaken. Wie een schilderij van Mondriaan in een kooi met chimpansees legt, zal zien dat chimpansees andere waarden en kwaliteiten toekennen aan schilderijen dan veel mensen. Chimpansees hebben nooit de kaders aangeleerd waarbinnen ‘een Mondriaan’ betekenis heeft en de kans is aanwezig dat ze er een drol op draaien, of het aan flarden scheuren. Niet alleen bestaan er grote verschillen tussen mensen en apen, ook tussen mensen en mensen. Af en toe wordt er voor een paar euro’s een schilderij verkocht op een rommelmarkt, dat bij nadere inspectie duizenden euro’s waard is. Net als de chimpansees ontbrak het de marktkoopman aan een waarderingskader om het werkje op waarde te schatten.

Intrinsieke waarde

Intrinsieke waarde

Wat mensen als waardevol bestempelen is afhankelijk van de binnen een gemeenschap, cultuur of discours geldende waarden en normen. Alle observaties die we doen, inclusief feiten, waarden en kwaliteiten worden geconstrueerd. Dat wil zeggen dat zowel de kennis en de feiten over landschappen en de waarden die daaraan worden toegekend, geen directe representaties zijn van ‘de realiteit’. Ze zijn veeleer de uitkomst van sociale, culturele, politieke en academische praktijken waarbinnen mensen bepaalde delen van de realiteit als (waardevolle) landschappen interpreteren. Omdat het niet objectief vast te stellen is wat een landschap is, wat de waarden en kwaliteiten daarvan zijn, omdat landschappen per definitie een sociale constructie zijn, kan er onmogelijk zoiets bestaan als de kwaliteit of de intrinsieke waarde van het landschap (de ecologie, het erfgoed, de stad).

Kwaliteit leefomgeving

Arrogante woorden

Waarom dan toch dat voortwoekerende gebruik van arrogante woorden?
Het idee dat waarden, ‘subjectief zijn’ of ‘afhankelijk zijn van met wie je praat’, is tegenwoordig voor veel mensen een onbetwistbare tegeltjeswijsheid. De media laten dagelijks zien dat niet alle mensen hetzelfde over de wereld denken, laat staan dat ze er dezelfde normen en waarden op nahouden. Toch worden begrippen als de kwaliteit of de waarde van het landschap en alle varianten daarop nog veelvuldig gebruikt in beleidsrapporten en nota’s. Waarom? Er zijn een aantal mogelijke verklaringen te geven. We geven er drie, welke elkaar niet per definitie hoeven uit te sluiten.

Een eerste verklaring is dat sommige mensen er daadwerkelijk van uitgaan dat er zoiets bestaat als waarden en kwaliteiten die een eigenschap zijn van de dingen zelf, van de materiële wereld. Een tweede verklaring is dat mensen wel beseffen dat het idee van het bestaan van intrinsieke waarden en kwaliteiten een illusie is maar dat zij dit niet als waarheid willen of durven aannemen. Voor wie heel veel waarde toekent aan iets, is het waarschijnlijk maar moeilijk te geloven of te erkennen dat alle waarden arbitrair en contigent zijn, dat iemand anders, in een andere tijd in een andere context, een andere waarde toekent aan het ‘iets’ of dat, onder andere omstandigheden het ‘iets’ misschien wel als totaal waardeloos wordt beschouwd. (“schatje, ik hou van jou ook al weet ik heel goed: onze liefde is maar een sociale constructie, in de middeleeuwen had ik iemand met jouw sociaal-economische status waarschijnlijk niet opgemerkt.”)

Wij veronderstellen echter dat er een derde reden bestaat voor de veronderstelling dat waarden en kwaliteiten eigenschappen van het landschap zelf zijn. Het gebruik van deze woorden moet worden beschouwd als een discursieve, soms retorische techniek van mensen om de waarden die zij toekennen aan bepaalde zaken voor te stellen als waarden en kwaliteiten die onafhankelijk van het menselijk oordeel bestaan. Daarmee wordt het idee gewekt dat de waarden een objectief en universeel gegeven zijn en worden de door hen toegekende waarden en de daaraan verbonden consequenties gelegitimeerd, zoals het behoud van een bepaald gebouw, bepaalde landschappen. Het geconstrueerde wordt tot natuur verklaard, genaturaliseerd zoals Roland Barthes het noemde, en de natuur heeft altijd gelijk: zo ‘is het nu eenmaal’. In plaats van dat men stelt: dit hier is van waarde omdat wij dat vinden / hebben afgesproken / onderhandeld / bevochten, wordt gesuggereerd: dit is van zichzelf van waarde, wij merken het louter op.

Elitaire landschappen?
Door te suggereren dat landschappen/ steden/ dingen waarde van zichzelf bezitten, los van politieke, ambtelijke, disciplinaire, persoonlijke, psychologische voorkeuren, worden deze voorkeuren en daarmee verbonden waarden superieur gemaakt ten opzichte van de toegekende waarden. Het gebruik van dit soort woorden is een strategie om bepaalde waarden boven anderen te stellen en deze buiten het politieke of economische discours te plaatsen. Het zijn daarom arrogante woorden.

Elitair landschap

Elitair landschap

Het gebruik van woorden als ‘de intrinsieke waarde’ en ‘de landschappelijke kwaliteiten’, plaatst de constructie, waardering van en omgang met landschappen buiten het domein van het politieke, buiten het domein van collectieve discussies en beslissingen, en buiten het publieke domein. Dit heet ook wel depolitisering. Diegenen die getraind zijn om de veronderstelde intrinsieke waarde en kwaliteiten van dingen te kunnen waarnemen, zoals landschapsarchitecten en ecologen, krijgen zo meer macht. Deze experts kunnen bepalen wat de werkelijkheid is die ter tafel komt, een werkelijkheid die wordt geconstrueerd volgens hun disciplinaire criteria, en vervolgens gewaardeerd volgens de normen van dezelfde discipline. Een politieke discussie over het landschap wordt herleid tot een academische twist tussen verschillende disciplines, vaak onbuigzaam omdat ze allemaal denken de enige juiste intrinsieke waarde en kwaliteiten te kunnen bepalen.

Interessante analyse maar hoe nu verder?
De lezer zou kunnen denken: ‘goh, wat een interessante analyse maar hoe nu verder, wat te doen?’ Volgens ons is het al een grote stap om bewust te worden van de macht van woorden. Woorden, zinnen en verhalen zijn niet zomaar neutrale beschrijvingen van de wereld maar geven deels mede vorm aan de wereld, ze zijn performatief. Ze maken sommige praktijken mogelijk en sluiten anderen uit. Ze kunnen de rol van landschapsexperts legitimeren en ondertussen de democratie ondergraven. Ze kunnen ervoor zorgen dat sommige landschappen gaan domineren en anderen kapot gemaakt worden.

We stellen voor om constant kritisch te blijven op de politieke implicaties van de woorden die gebruikt worden, zeker als je onderdeel uitmaakt van een discipline die ook de ambities heeft om landschappen te veranderen. Dan is het van groot belang te beseffen dat de normatieve voorkeuren van bepaalde groepen mensen via allerlei sluipwegen hun gang naar het ontwerp vinden. Een van die sluipwegen is de taal.

Vanuit dit perspectief mogen waarderingen, toekenningen van kwaliteiten en ideeën voor transformatie van landschappen, niet gedaan worden door een groep mensen die denken daartoe het exclusieve recht te bezitten. Definities en waarderingen van landschappen zouden daarentegen gewikt en gewogen moeten worden in uiteenlopende politieke en culturele arena’s. Dit alles in interactie met verschillende disciplines, beroepsgroepen, lokale machthebbers, projectontwikkelaars en burgers. Gezamenlijk wordt dan bepaald welke belangen, in een specifieke situatie, het meest tot hun recht kunnen komen. Dat vraagt om een bewuste afweging van belangen en waarden, in elke context weer anders. Dit kan alleen op een eerlijke en efficiënte manier wanneer de diverse belangen en waarden worden erkend.

Kwaliteit van het landschap

Kwaliteit van het landschap

In de herhaling: de waarderingen van experts of wetenschappelijke disciplines voor object a of b, of voor oplossing 1 of 2, moeten als waarderingen worden gezien, en niet als objectieve vaststellingen die volledig recht doen aan de waarde of de kwaliteit van een landschap. Waardering of het ontbreken daarvan bij andere betrokken actoren is even ‘objectief’ als de waardering van zogenoemde experts. We pleiten dus voor een uitbreiding van het politieke domein in vraagstukken over het landschap. We zijn voor het terugwinnen van terrein dat door een coalitie van wetenschappelijke disciplines en overheden is ingenomen. Zoals elders beargumenteerd is de crisis daarvoor een prachtig moment. Daarbij kan democratisch besloten worden in het ene geval een wetenschappelijke waardering zwaarder te laten wegen, in een ander geval een meer volkse inkleuring aan het landschap te geven, en weer elders een integrale aanpak te kiezen, met bijvoorbeeld landschapsarchitecten die vanuit een nieuwe ruimtelijke structuur denken en proberen recht te doen aan een veelheid aan perspectieven, waarden en kwaliteiten. Want landschapsarchitecten en andere landschapsexperts zijn van groot belang voor het denken over en vormgeven aan het landschap, als ze maar beseffen dat arrogantie op de loer ligt, besloten in woorden die ogenschijnlijk zo onschuldig zijn.


Reacties

Arrogante woorden, elitaire landschappen — 2 reacties

  1. Leuk om dit artikel hierbij te lezen:
    http://www.toposonline.nl/2014/meer-aandacht-ruimtelijke-kwaliteit-in-m-e-r-s/

    Ook in (bijna alle) provinciale verordeningen staat dat ruimtelijke kwaliteit of landschappelijke kwaliteit bij een ruimtelijke ontwikkeling moet worden betrokken. In de meeste gevallen bepaalt een landschapsarchitect wat die ‘landschappelijke kwaliteit’ inhoudt en dit is vaak niet discutabel.

    Aan de andere kant, we hebben wel in een democratisch proces besloten dat we ‘de landschappelijke kwaliteit’ op deze manier willen beschermen. Dus in zoverre is dit wel gelegitimeerd en is dit niet de keuze van de elite, maar van ‘het volk’. Toch?

  2. Pingback: Arrogante woorden, elitaire landschappen | martijn duineveld

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

* Please arrange the below number in decreasing order